Cultuur in de hoofdstad

Gouden greep uit het aanbod

in de Amsterdamse kunst-
wereld. Waar gaan we heen?

Lees verder…

Robert Malasch

In gesprek met Rem Koolhaas over Stedelijk Base, Beatrix Ruf en nog veel meer
Lees verder…

kop


(foto Bart van Dam)

 

Rob Malasch in gesprek met Rem Koolhaas in het Stedelijk Museum, waar de architect meewerkte aan de tentoonstelling Stedelijk Base, de spectaculaire presentatie van 700 highlights uit de museumcollectie aan dunne stalen wanden, “eigenlijk meer schermen dan echte muren”.


De architect is niets anders dan de oplosser van andermans problemen...” Rem Koolhaas

De nieuwe opstelling van de collectie van het Stedelijk Museum, Stedelijk Base, is open voor het publiek. Het concept van ex-directeur Beatrix Ruf en architect Rem Koolhaas is niets minder dan een sensatie. Eindelijk wordt de wereldberoemde collectie in al zijn pracht op een speelse en swingende manier getoond. Het is een feest van herkenning en een ontmoetingsplek om met nieuwe meesterwerken het gesprek aan te gaan. De bezoeker wordt gerespecteerd als waarachtige vriend van de kunsten.


(foto Bart van Dam)
 

Zaalopnamen STEDELIJK BASE, Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, c/o Pictoright Amsterdam (foto Gert Jan van Rooij)

 

Rem Koolhaas (1944) is geboren in Rotterdam maar heeft van zijn achtste tot zijn twaalfde met zijn ouders in Djakarta, Indonesië, gewoond. Zijn vader Anton Koolhaas was journalist en pro-Soekarno, dus pro- de onafhankelijkheid, wat in Nederland geen gebruikelijke opvatting was. De lome, vrij chaotische tropische samenleving heeft ongetwijfeld diepe indruk op de opgroeiende jongen gemaakt.

Terug in Nederland, Amsterdam, moest hij wennen aan de keurige opgeruimde cultuur waar alles van de wieg tot het graf geregeld lijkt. Zijn vader was inmiddels directeur van de Filmacademie geworden en na Rems zakken voor het eindexamen van de middelbare school had pa graag gewild dat hij op de Filmacademie verder ging studeren.

“Dat nooit...” Rem schreef een sollicitatiebrief aan de redactie van de Haagse Post. De zeer geestige en eigenzinnige Sylvia Brandts Buys was hoofdredactrice, maar tevens echtgenote van de eigenaar G.B.J. Hiltermannn van de bekende radio- en tv-rubriek De Toestand in de Wereld. Tot zijn eigen stomme verbazing werd Rem als jongste bediende aangenomen. Hij werd ingezet bij de opmaak van de HP, waar of all people dichter en notoire wietroker Simon Vinkenoog de chef-opmaak was. Kunstenaar Armando was er chef-kunst en wist de “jonge aantrekkelijke adolescent” – zoals zijn hoofdredactrice Rem noemde – met merkwaardige zinnetjes te intrigeren. Bijvoorbeeld: “De hond van mijn vriend heeft dezelfde naam als je broer...”

Binnen no time had Rem op de achterpagina zijn eigen rubriek Mensen, dieren en andere zaken, waarmee hij zijn journalistieke carrière kon starten. Als eerste werd W.F. Hermans aan de tand gevoeld. Ook een interview met Federico Fellini maakte veel indruk op de vrijgevochten redactie. Toch had Rem ook nog een vriendenkring met aanstormende filmmakers zoals Jan de Bont en René Daalder, voor wie hij filmscenario’s schreef. De film De blanke slavin (1969) is in zwart-wit opgenomen en was toen de duurste Nederlandse film ooit: 1,1 miljoen gulden. De vaderlandse filmkritiek brandde de film af, maar inmiddels heeft De blanke slavin een cultstatus verworven.

“Op mijn 24ste kreeg ik opeens het idee om architect te worden… Toen ben ik gaan studeren in Londen en New York.” In 1978 schreef hij, zonder nog een gebouw of wat dan ook ontworpen te hebben, Delirious New York, A Retroactive Manifesto for Manhattan. En zoals men zegt: the rest is history.

Ik spreek Rem in het restaurant van het Stedelijk Museum. Hij drinkt een warme Chocomel, nog herstellende van een fikse kou.

Kende je Beatrix Ruf al voordat je de opdracht voor het Stedelijk Base binnen kreeg?
“Nee. We hebben wel een heleboel gezamenlijke kennissen – eigenlijk vergelijkbaar met Ann Goldstein – en één daarvan, Hans Ulrich Obrist, heeft me gebeld om Beatrix Ruf een soort van welkom te heten. We zijn toen samen een paar keer gaan eten. Ja, het klikte gewoon. Waarom? Nou, gewoon omdat we duidelijk veel vergelijkbare, overlappende interesses hebben. Bovendien is zij niet alleen een bijzonder mens maar ook een sterke, onafhankelijke mind - waar ik natuurlijk meteen affiniteit mee heb.”

Het Stedelijk Base... wat was de opdracht precies?
“Zoals je weet heb ik aan de prijsvraag van het Stedelijk Museum meegedaan. Net zoals iedere architect heb ik veel meegedaan aan museumprijsvragen, die in de meeste gevallen uitbreidingen waren van bestaande gebouwen. Noem maar op: het Whitney en net Moma in New York, Tate Modern in Londen, en nu dus het Stedelijk Museum. Het issue van de uitbreiding is dat je iets genereert waar een dubbelzinnigheid uit ontstaat… Omdat het nieuw is krijgt de uitbreiding veel aandacht. Terwijl de hoofdzaak het originele museum is. Met andere woorden, het issue van de uitbreiding veroorzaakt per definitie het dilemma: waar draait dit nieuwe geheel om? Om het nieuwe of om het oude? Of om de relatie tussen die twee?

Zeker als het museum een belangrijke collectie heeft, waar gaat die heen of waar blijft die? Blijft het in het oude gebouw, dus op zijn oude plek met zijn oude verwachtingspatroon, of wordt het nieuwe gebouw gebruikt voor de oude kunst, of om nieuwe experimenten aan te gaan?


Het geniale idee van Beatrix Ruf was om dit nou eens een keer radicaal precies om te draaien en met name om het oude gebouw te gebruiken om vernieuwende experimenten aan te gaan die profiteren van de kwaliteiten van het oude gebouw: de schaal, de intimiteit, de bekendheid zelfs. In het nieuwe gebouw een nieuwe enscenering van de bestaande collectie te maken, dus letterlijk om de algehele perceptie van de bestaande collectie te vernieuwen. Ik vind dit een ijzersterk idee. Zo ontstaat er een spannende context voor deze belangwekkende collectie. Zo’n drastische omkering heb ik nog nooit bij een van de uitbreidingsprijsvragen meegemaakt.”

Ik moest wel even slikken toen ik binnenkwam in de benedenzaal… wat een rommeltje op het eerste gezicht. Het is duidelijk bedoeld als installatie, die meteen veel vragen oproept.
“Aan de gigantische binnenwand heerst strikte chronologie van 1880 tot nu. Om een installatie van deze collectie te maken is op zichzelf al een bijzonder interessante vraag: wordt het een serie van The best of, een didactische, lineaire installatie waar het hele verhaal in een totale samenhang van het Stedelijk wordt verteld, of wordt het een nieuw verhaal met onverwachte zijwegen en alternatieve mogelijkheden met een overduidelijk open einde?”

Waar heb je voor gekozen?
“Voor het laatste. Daardoor zijn we uitgekomen bij een soort van planning van een stad of misschien een dorp met verbindingen, wijken, ruimtes of mogelijkheden die bepaalde kunstbewegingen de ruimte geven zonder die af te bakenen.

De essentie van het geheel is dat, als je hier binnenkomt, op de hele wand van deze gigantische museumzaal een strikte chronologie geldt. Als bezoeker ben je je telkens bewust van alle andere kunstbewegingen, van abstract naar figuratief naar Pop. Je ziet de duistere periodes van de afgelopen eeuw, maar ook de heel vrolijke periodes van dezelfde eeuw. Afgezien van het precieze plannen en heel nauwkeurige circuit, is er veel meer ruimte voor eigen interpretatie ontstaan.

Kijk, het Stedelijk heeft grotendeels mijn esthetisch vermogen bepaald en mijn creatieve sensibiliteit: vanaf mijn twaalfde tot mijn achttiende was ik hier vrijwel iedere dag. Wat dat betreft is het ook ontroerend om dit te doen. Een inspiratie was ook de Nieuwe Vleugel (voorheen ‘de Sandberg-vleugel’) van het Stedelijk met die fantastische tentoonstellingen, eigenlijk meer installaties, zoals Bewogen Beweging, Dylaby: het experiment centraal (1962). En als je toch ziet hoe het eruitzag: gewoon met die linoleumvloeren en die simpele, heel dunne panelen opgehangen aan draden met allemaal dingen die nu echt niet meer kunnen. Maar het was wel uiterst effectief. De ene na de andere iconische tentoonstelling, met zulke beperkte middelen.”

Dat is wel heel lang geleden…
“Sindsdien is de taal van het tentoonstellingen maken veel belangrijker, zelf imponerend geworden. De wanden werden maar dikker en zwaarder. Het leek ons spannend om te kijken hoe ver je kunt gaan om die dikke wanden te gaan dematerialiseren. We hebben veel te danken gehad aan de samenwerking met Tata Steel, dat extreem dunne wanden van 14 mm heeft weten te ontwikkelen, met een prachtige huid van het materiaal zelf.

Architecten van mijn generatie vallen samen met het momentum van de globalisering, het steeds machtiger worden van de wereldeconomie en de digitalisering. Deze verschillende werelden wil ik door middel van mijn architectuur met elkaar verbinden. Ik probeer al sinds de Kunsthal in Rotterdam (1992) en laatst ook met de Garage in Moskou het grandioze van de kunstwereld te relativeren, zowel met materialen als een andere aanpak, om een soort eenvoud te creëren. Het belang van onderzoek boven vorm.

Van mijn werk kun je een bepaalde mentaliteit aflezen die eigenlijk geïnteresseerd blijft om vragen te stellen in plaats van alles maar domweg en botweg definitief te maken. Om het allemaal oh zo belangrijk te maken…”

Hoe was jouw samenwerking met Beatrix Ruf en het contingent aan conservatoren van het Stedelijk?
“Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het als bijzonder positief heb ervaren. Ik heb enorm respect voor haar gekregen. Ten eerste was het heel indrukwekkend om te zien hoe Ruf deze onderneming heeft aangepakt met de curatoren van het Stedelijk. Dagen, weken, maanden zij ze samen bezig geweest. Het was een uiterst intens, zorgvuldig proces van afwegen en plannen: welk onderdeel van design vertelt uit welke periode het indrukwekkendste verhaal en waar pas het bij? Bovendien heeft zij ervoor gezorgd dat Tata Steel bij ons werd geïntroduceerd en mede door haar toedoen zijn zij een belangrijke partner geworden.

Ik ben bijzonder onder de indruk van haar vermogen om het concept van Stedelijk Base samen met zo’n 40 tot 60 mensen van het instituut uit te laten kristalliseren, en zij weet alle ideeën te kanaliseren om zo het grote geheel tot een goed einde te brengen. Ik ben getuige van een heel exemplarisch en inspirerend proces geweest.”

Was het een klap voor je toen je hoorde dat Ruf gedwongen werd om op te stappen?
“Het is heel teleurstellend dat we het resultaat van deze buitengewone samenwerking nu alleen moeten presenteren. Natuurlijk zijn we nog steeds uitermate betrokken en willen het Stedelijk maximaal ondersteunen, maar ik ben nog steeds min of meer in een soort disbelief – en velen met mij – over deze ontstane, uiterst pijnlijke situatie.

Hoe kun je zo’n uniek mens als Beatrix Ruf laten gaan… Onbegrijpelijk.”

AmsterdamWeb - voor de kritische burger achter de consument | Contact | Informatie |